Basisonderwijs Verander de tekstgrootte

Beelddenk onderzoek

Beelddenken
Beelddenkers
Een beelddenker in de klas
Kenmerken van een beelddenker
Leerstijlen
Het beelddenkonderzoek
Trainingen, individuele begeleiding en lezingen

Beelddenken

Beelddenken is denken in beelden, handelingen en belevenissen. Dit gaat heel snel en zonder woorden. In één oogopslag kunnen beelddenkers een ingewikkelde situatie overzien. Ze associëren razendsnel en komen vaak tot originele oplossingen. Vraag je ze echter dit te beredeneren, dan staan ze ‘met een mond vol tanden’ of beter gezegd, een hoofd vol beelden en het onvermogen om het allemaal logisch in woorden om te zetten. Je kunt namelijk 32 beelden per seconde denken en maar 2 woorden per seconde. Dat is dus niet bij te benen. Dat is zo snel, dat onze hersenen niet in staat zijn ieder plaatje bewust waar te nemen. Op onbewust niveau gebeurt dit echter wel. Het resultaat van het denkproces komt dus in een flits en als een verrassing

Dat is in de klas of op het werk erg lastig: het idee of antwoord is goed als je kunt uitleggen hoe je er aan gekomen bent. De denksprongen van een beelddenker zijn vrij groot, daardoor weet je vaak niet meer hoe je op een antwoord bent gekomen. In veel schoolsituaties zal het antwoord fout zijn als je geen uitleg hebt. Als je pech hebt, gaat het vergezeld van de onterechte beschuldiging van afkijken.

Het kind moet leren om informatie op zijn eigen manier te verwerken. Die manier is anders dan men gewend is op school en vraagt dus om een aangepaste manier van lesgeven. Het auditieve denken ( denken in taal, interne spraak) komt als laatste. Het in beelden denkende kind moet zich leren redden in een 'talige' omgeving. Dit gaat niet altijd zonder onderwijs/leerproblemen.

Nieuwe kennis lijkt soms 'niet aan te komen'. Maar na drie dagen bezinken, blijken ze het toch te weten.

Op het werk kun je gelijke reacties verwachten: je idee is geweldig, als je begrijpelijk kunt uitleggen waarom het een goed idee of een goede oplossing is. Kun je dat niet dan zullen ze niet naar je luisteren en voel jij je onbegrepen en ondergewaardeerd.

Beelddenken is een ’lastige’ gave: het kan zich zowel uiten in creativiteit, talenten op het gebied van inzicht en ruimtelijk denken, humor en muzikaliteit, als in taal- en/of rekenproblemen. De ene beelddenker is de andere niet.

Beelddenkers

Ieder mens wordt geboren als beelddenker. In het huidige schoolsysteem leren mensen vanaf de basisschool ook een andere vorm van denken, het denken in taal.
We leren opeens dat het woord ‘boom’ niet dat driedimensionale beeld is dat we er bij hebben, maar dat het bestaat uit losse letters met een vooraf bepaalde vorm in een vooraf bepaalde volgorde.

Men spreekt van een beelddenker als je een sterke voorkeur hebt voor het denken in beelden. Het begripsdenken gaat (zeer) moeizaam.
Beelddenkers zijn vaak volhoudend, inzichtelijk en zelflerend. Eigenschappen die gestimuleerd worden door hun andere manier van denken. Daardoor moeten ze het vaak 'zelf uitzoeken'.

Beelddenkers kunnen heel intelligent en begaafd zijn. Zij kunnen ook een aanleg voor talen hebben of voor wiskunde of techniek. Een beelddenker zoekt naar overeenkomsten en gelijkenissen. Hij moet iets eerst begrijpen voor hij kan automatiseren (iets direct doen zonder dat je er nog over moet nadenken ) Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan één gekozen manier vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. uit het hoofd) en omslachtig. Deze oplossing kan werken in groep 3, maar als je in groep 5 zit, krijg je hier problemen mee. Voor goed automatiseren moeten meer strategieën beschikbaar zijn. Bij spelling kan hij een b op vele manieren bezien, “b” of “d”of “p” of zelfs als een “q”.

Voor beelddenkers met een sterk visueel-ruimtelijk denkvermogen kan dit leiden tot structurele onderwaardering van hun intelligentie. Zij bereiken zelden of met grote moeite het hoger onderwijs en starten 'gedegradeerd' hun loopbaan. In de beroepspraktijk lopen ze tegen het probleem op dat ze op lage functies instromen en veel slimmer zijn dan bazen en collega's, die wel een (hogere) opleiding hebben.

Beelddenkers zitten vaak in ‘doe-beroepen’ zoals ingenieur, ontwerper, soldaat, sporter, arts, architect, artiest of organisator. Tussen denken en doen zit bij beelddenkers weinig ruimte. Er is veel onbegrip voor hun werkwijze: liever maatwerk dan methodisch werken. In veel organisaties blijkt hier geen ruimte voor te zijn.

Ruimtelijk denken (denken in drie dimensionale patronen) is de sterke kant van de beelddenker. Verder is er sprake van visueel (denken in beelden)- en handelingsdenken ( denken in handelingen). De beelddenker koppelt hier bij voorkeur ook een emotionele beleving aan. Een beelddenker 'ziet' een idee of een oplossing voor een probleem ruimtelijk voor zich. Hij kan er in gedachten omheen lopen, in gaan zitten, enzovoort. Iedere manier van kijken laat weer een ander aspect zien.

Ze hebben moeite om de zeer vele informatie die zij kijkend opdoen te ordenen en in een denksysteem onder te brengen (een goed beeld hiervoor is het feit dat ze meestal ook moeite hebben om de spullen in hun kamer te ordenen, zonder hulp blijft het een chaos.)

Toeschouwergedrag. (Ze kunnen het stilzwijgend, maar merkbaar met de leiding eens zijn.) Dit gedrag kan echter ook leiden tot eenzaamheid.

Een beelddenker is niet communicatief gericht. Waarom iets een goed idee of een goede oplossing is? Dat is moeilijk uit te leggen met woorden. Want alleen plaatjes is vaak geen geaccepteerde manier van uitleggen en meer dimensionale maquettes zijn nogal bewerkelijk, zeker als het onderwerp abstract is. Ze hebben dingen van binnen al zo levendig beleefd, dat de noodzaak erover te praten 'vergeten' wordt. Ook blokkeren ze op een lang verhaal ( vooral als dat een terechtwijzing is). Dus begint de beelddenker de gesproken uitleg ergens in die ruimtelijke denkstructuur. Terwijl hij de woorden van het verhaal kiest en tot zinnen rijgt, schieten de plaatjes van andere relevante aspecten door het hoofd. Zinnen worden hierdoor niet afgemaakt, de samenhang van de uitleg wisselt onverwacht en het publiek haakt af, tot grote frustratie van de uitlegger en het publiek. Doordat beelddenkers in relatief veel dimensies denken, stelt dat extra eisen aan hun vermogen om goed uit te leggen.

Kenmerkend voor een beelddenker zijn ook de vele onverwachte plannen en bevliegingen, het rumoerige gedrag, de eindeloze klachten over leraren die hen benadelen, de overdreven tevredenheid over eigen prestaties, of het stille bijna niet aanwezig zijn, het moet allemaal opgevangen worden' zonder enige waardering van hun kant. Dat is geen eenvoudige zaak, maar er zijn ook andere kanten waar men van kan profiteren: hun hardnekkige doorzettings- vermogen ondanks alle falen, hun goede humeur, de vele originele vondsten, het inspirerende taalgebruik, hun zin voor humor, hun grote ijver, al betreft het lang niet altijd de schoolvakken.

Vaak hebben ze een neiging tot faalangst en onzekerheid.

Een beelddenker voelt zich snel emotioneel bedreigd en heeft makkelijk een schuldgevoel bij falen.

Concentratie is een groot probleem; beelddenkers zijn snel afgeleid, zowel door invloeden van buiten als van binnenuit.

Een beelddenker is vaak wat moeilijk te disciplineren. Ze weten vaak regels te ontduiken, zonder dat daar strijd over geleverd wordt. Vandaar dat het vaak nuttig is om veel structuur te bieden, thuis en op school. Ook het spelen van spelletjes als stratego, scrabble en schaken werkt ondersteunend, mits men consequent de regels handhaaft.

De beelddenker die niet iets ongewoons wordt, of van zijn beroep maakt, heeft zijn eigen aanleg niet gezien.

Escher was een beelddenker en wat maakte hij bijzondere dingen.

Een beelddenker in de klas

Zit er volgens u meer in uw kind dan er op school uitkomt?

Een leerkracht geeft vooral instructie via taal (praten, schrijven en lezen) Een beelddenkend kind leert vooral door te zien, voelen, bewegen en samenwerken. Hij denkt vooral ruimtelijk. In de kleutergroep gebeurt het nog hoofdzakelijk op die manier, maar ook daar moet een kind vaak erg lang stil zitten. Vaak wordt daar het probleem van de beelddenker al zichtbaar. Herkent u ze ook? Het kind dat in de kring zit te wiebelen, niet mee wil doen, of het kind dat zit te dromen, lijkt niet mee te doen.

Als niet (h)erkend wordt dat het om een beelddenkende leerling gaat worden er al snel allerlei oordelen geveld:

Let niet op, dwaalt altijd af!
Niet geconcentreerd.
Hij zou nu toch die tafels wel eens uit zijn hoofd moeten kennen!  
Conclusie: Werkt er dus niet aan.
Dat handschrift is niet te lezen!
Spellingsfouten die toch echt niet meer kunnen.

Kortom: teleurstelling bij ouders, leerkrachten. En onzekerheid en afname van zelfvertrouwen bij de leerling.

Vanaf groep 3 wordt het weer anders. De leerkracht staat voor in de klas en doet veel dingen mondeling. De beelddenker krijgt nog meer problemen. Het automatiseren komt niet op gang, het werktempo ligt laag. Het lijkt alsof het kind niet luistert. Of de prestaties zijn wisselend. De ene keer lukt het wel, dan weer niet.

Gewoon, simpelweg iets uit je hoofd leren, erin stampen is voor een beelddenker moeilijk. Dat kan problemen opleveren met bijvoorbeeld rekenen (o.a. tempo) en spelling. Ook het handschrift van een beelddenker is vaak moeilijk leesbaar.

De leerkracht kan er niet goed de vinger opleggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit... waar zit het probleem?

Kenmerken van een beelddenker:

  • Het loopt niet lekker op school, niemand verwacht dat, want het kind is slim;
  • Uw kind komt met hele bijzondere, originele oplossingen voor een probleem;
  • Creatief, verrassend, snel en flexibel zijn in denken, vindingrijk en gevoel voor humor;
  • Uw kind kijkt omhoog (naar rechts of naar links) als het moet nadenken;
  • Uw kind heeft moeite met het omschrijven van zaken en gebruikt dan woorden als 'dinges', 'ergens', 'je weet wel';
  • De kreet 'het is zo vol in mijn hoofd' wordt vaak gehoord;
  • Niet kunnen onthouden wat rechts en links is (auto leren rijden wordt al moeilijk)
  • Hij heeft moeite met tijdsbegrip (klokkijken, plannen, zich aan afspraken houden)
  • Moeite met technisch lezen (letterlijk lezen), maar begrijpt de inhoud wel
    (begrijpend lezen)
  • De leerkrachten krijgen soms het gevoel dat uw kind onoplettend en ongeïnteresseerd is
  • Hij heeft een levendige fantasie en lijkt een andere wereld te zijn (dagdromen)
  • Als er wordt gevraagd hoe hij of zij iets weet, is het antwoord vaak: dat weet ik gewoon, dat zie ik zo .... , maar hij kan niet uitleggen hoe hij op het antwoord is gekomen.

Een beelddenker moet iets eerst begrijpen voor hij kan automatiseren (iets je zodanig eigen maken dat je het zonder nadenken, direct kan doen). Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan 1 gekozen manier van doen vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. uit het hoofd) en omslachtig. Die oplossing kan werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag. Voor goed automatiseren moeten meer strategieën beschikbaar zijn.

Communicatie: Deze kinderen hebben een spontane onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden op en door die beelden dwaalt hun aandacht weg en vergeten ze op te letten. DIT IS GEEN ONWIL!! Hoe langer het verhaal, hoe minder kans dat ze er met hun aandacht bij blijven. Verder nemen ze het gehoorde te letterlijk.

Door de extra moeite die ze moeten doen, om de op hen afkomende informatie te verwerken, zijn ze vaak vermoeid. Ze leven -vanuit de beelddenker gezien- in een wereld die anders is dan de hunne. Dat kost extra energie.

Als een beelddenker een taal- of rekenprobleem heeft moet een 6 voor zo'n vak als een 8 beloond worden.
Vraag bij een opdracht: "Wat ga je doen?". Waarschijnlijk is de beelddenker tijdens de uitleg met zijn gedachten afgedwaald en raakt hij in paniek van de opdracht, want hij weet niet wat hij moet doen. Door deze vraag -en het hem/haar te vertellen- is hij direct weer bij de les en kan hij aan het werk.

Zij moeten in het leren zoveel vindingrijkheid en zelfstandigheid ontwikkelen, dat ten slotte hun bekwaamheid groter is dan van degenen die een gebaande weg bewandelden.

De beelddenker is niet 'dom' of 'lui', maar doet een groter beroep op het vakmanschap van de docent.

Als ze jong zijn kunnen ze motorisch onhandig zijn. Dit trekt weg in de volwassenheid. Motorisch onhandig kan zich ook uiten als traag en / of onduidelijk schrijven.

Tips voor de aanpak van instructie:

  • voor de instructie oogcontact zoeken
  • geef korte instructie
  • ondersteun de uitleg met tekeningen of schema's
  • vertel wat het nut of het belang is van de taak
  • inzicht en doorzicht gaan vooraf aan automatisering
  • aandacht voor overeenkomsten
  • verwerking met behulp van visuele, tactiele en motorische oefeningen.
  • vaak en kort oefenen
  • afkijken mag

Leerstijlen

Ieder mens heeft zijn eigen voorkeur of leerstijl. Hieronder staan de 8 verschillende leerstijlen.

  1. Verbaal-linguïstisch (woordknap)
    Taal: poëzie, spelling, lezen, verhalen
  2. Logisch-mathematisch (rekenknap)
    logisch denken, cijfers, experimenteren
  3. Visueel- ruimtelijk (beeldknap)
    tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven
  4. Muzikaal- ritmisch (muziekknap)
    muziek luisteren, maken, componeren, herkennen
  5. Lichamelijk- kinesthetisch ( beweegknap)
    lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans
  6. Naturalistisch (natuurknap)
    dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen
  7. Interpersoonlijk (mensknap)
    zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
  8. Intrapersoonlijk (zelfknap)
    eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën

Op school worden leerstijl 1 en 2 hoofdzakelijk gebruikt. Beelddenkers leren op een andere manier vaak beter en sneller.

Tijdens het beelddenk onderzoek, wordt onder meer gekeken naar de voorkeur voor leren.

Het beelddenkonderzoek

Ster(k)talent biedt ouders en leerkrachten de mogelijkheid om kinderen middels een individueel onderwijskundig onderzoek op beelddenken te laten onderzoeken, zodat preventieve maatregelen door ouders en leerkracht/Remedial Teacher kunnen worden genomen.

Een beelddenk onderzoek bestaat uit een Individueel Onderwijskundig Onderzoek. Hiermee kan vastgesteld worden of de leer- en/of gedragsproblemen van een kind/tiener veroorzaakt worden doordat het kind een beelddenker is. Ook wordt bepaald op welk niveau van handelen het kind wel leert, hoe je de leerstof moet aanbieden om het kind in staat te stellen,  te leren.

Het kind wordt, zonder bijzijn van een ouder of begeleider, onderzocht.

Het onderzoek duurt 3 tot 4 uur. Van alle onderdelen uit het onderzoek wordt een uitgebreide schriftelijke rapportage gemaakt. Hierin staan ook tips en adviezen voor kind, ouders en school.

De leerkracht en/of Remedial Teacher van het kind krijgt dit verslag van de ouder(s).

Het wereldspel:
De manier waarop dit spel wordt gebouwd vertelt of een kind een beelddenker is.. Dit is een non-verbaal onderzoeksinstrument, dat bestaat uit verschillende elementen (huisjes, bomen, beesten, etc.) Hiermee wordt een dorp gebouwd.

Een belangrijke categorie hierbij is ‘het koppelen’. Wanneer meer dan 60 % van het materiaal gekoppeld is, dan wijst dit bijna altijd zeker in de richting van beelddenken. Ook zie je dan vaak dat het materiaal op een eigen manier, anders dan oorspronkelijk bedoeld, gebruikt wordt.

Daarnaast kan het kind persoonlijkheidskenmerken in het spel vrijgeven, zoals faalangst, communicatieproblemen, bedreigde persoonlijkheid, protestgedrag, agressie en opvoedingsproblematiek.

Door het Wereldspel van Nel Ojemann kun je bij kinderen, vanaf 5 jaar, bepalen of het risicoleerlingen en/of mogelijke beelddenkers zijn.

Het pedagogisch onderzoek.
Om te kijken hoe het kind zijn/haar taken aanpakt en welke strategieën het kind gebruikt, wordt gebruik gemaakt van spelmateriaal.

Belangrijk is om te ontdekken hoeveel (leer)stof een kind aankan en hoe complex deze (leer)stof mag zijn.

Of anders gezegd: Welke hoeveelheid, complexiteit en moeilijkheidsgraad kan het kind aan? En hoe flexibel is het kind in zijn strategiegebruik?

Het didactisch onderzoek
Om zicht te krijgen op de cognitieve problemen, worden didactische toetsen afgenomen. Ook als de school aangeeft dat de niveaugegevens van het kind al bekend zijn, worden deze toch meegenomen in het onderzoek. Maar al te vaak komen specifieke denkpatronen/strategieën van het kind naar voren, die in de klassensituatie verborgen blijven.

Vaste onderdelen zijn:

  • Technisch leesniveau (BRUS Een Minuut toets en Klepel)
  • Begrijpend leesniveau ( op drie niveaus)
  • Letterkennis (automatiseren)
  • Spelling (specifieke fouten geven specifieke informatie)
  • Tekstbegrip
  • Schrijven (en/of tekenen) van een verhaal (motoriek, formuleren van woorden en zinnen, spontaan schriftelijk taalgebruik, opbouw van een verhaal)
  • Rekenen (automatiseren)
  • Leerstijlen (geeft voorkeur voor leren aan en geeft ingangen tot veranderde aanpak)
  • Auditief- , lees-, visueel- en kinesthetisch geheugen (Vester-geheugentest)
  • Ruimtelijke intelligentietest
  • Oog-volgproblemen (Fixatie-Disparatie) via de Bioptortest

De kosten van een beelddenk onderzoek bedragen € 365,00.

Trainingen, individuele begeleiding en lezingen

Bij de individuele begeleiding wordt naar het kind en zijn inherente mogelijkheden en vaardigheden gekeken. Wat Nel Ojemann propageert, wordt weer algemeen aanvaardbaar: kijk naar het kind, wat vraagt het kind, hoe leert het kind?
Dit betekent dat de (leer)methode op het kind wordt  aangepast en niet anders om.  Het kind staat in de begeleiding centraal en niet de methode of de eigen overtuiging.  De denkwijze en de leerprincipes van het kind worden gebruikt, pas dan kun je effectief handelen en de leerstof zo aanbieden dat het voor het kind verteerbaar is.

Er zijn voor organisaties, scholen en individuen, speciale trainingen en workshops ontwikkeld.

  • Kinderen vanaf 9 jaar (basisonderwijs)
  • Leerlingen vanaf 12 jaar (voortgezet onderwijs, mbo, hbo)
  • Ouders/Volwassenen  (bedrijven)
  • Leerkrachten  (bedrijven)
  • Bedrijven

Door Ster(k)talent worden lezingen gehouden over Beelddenken.

Wilt u meer informatie of een afspraak maken voor een gesprek:
Bel 06-51958033; mail info@sterktalent.nl of neem contact op via het contactformulier.


Algemene Voorwaarden Disclaimer TTT software - internet en software oplossing
Studie aanbod Voortgezet onderwijs, MBO en HBO Bedrijven Basisonderwijs