School

Algemeen
Kenmerken
Tips
Trainingen, individuele begeleidingen en lezingen
Stichting Beelddenken Nederland

Algemeen

Beelddenkers zijn non-verbale types, die vooral in beelden denken. Ze zijn opmerkzaam en onthouden indringende beelden en details. Ze kunnen vaak precies aangeven wat er gebeurde en kunnen een situatie net als een film in hun hoofd afdraaien.

Zit er volgens u meer in uw kind dan er op school uitkomt?

Een leerkracht geeft vooral instructie via taal (praten, schrijven en lezen). Ongeveer 80% van alles wat op school gebeurt, wordt in taal uitgelegd.

Als ze een klein onderdeel van het grote geheel zien, weten ze het vervolg vaak al, waardoor ze niet meer luisteren, dromerig worden en bezig gaan met hun eigen gedachtes en denkbeelden.

Een beelddenkend kind leert vooral door te zien, voelen, bewegen en samenwerken. Hij denkt vooral ruimtelijk. Ze leren door nieuwe ervaringen te koppelen aan hun eigen belevingswereld en het eigen handelen. Door te experimenteren, worden ervaringen opgedaan die belangrijk zijn voor het leerproces. Het kind is intens en geboeid bezig met een activiteit.
In de kleutergroep gebeurt het nog hoofdzakelijk op die manier, maar ook daar moet een kind vaak erg lang stil zitten.
Vaak wordt daar het probleem van de beelddenker al zichtbaar. Herkent u ze ook? Het kind dat in de kring zit te wiebelen, niet mee wil doen, of het kind dat zit te dromen, lijkt niet mee te doen. Vaak kijken ze, zeggen niets en komen dan ineens met het juiste antwoord, zonder dat ze zich bewust zijn dat er in hun hoofd een beredenering achter zit.
Ze denken vanuit een totaalbeeld en kunnen moeiteloos een legopakket in elkaar zetten.

Vanaf groep 3 wordt het  anders.  Er wordt gewerkt met tweedimensionale symbolen, cijfers en letters. Een klank moet in één keer aan een teken gekoppeld worden en volgorde wordt belangrijk. Want we leren, lezen, schrijven en rekenen.
De leerkracht staat voor in de klas en doet veel dingen mondeling. De beelddenker krijgt nog meer problemen. Het automatiseren komt niet op gang, het werktempo ligt laag. Het lijkt alsof het kind niet luistert. Of de prestaties zijn wisselend. De ene keer lukt het wel, dan weer niet.

Als niet (h)erkend wordt dat het om een beelddenkende leerling gaat worden er al snel allerlei oordelen geveld:

Let niet op, dwaalt altijd af!
Niet geconcentreerd.
Hij zou nu toch die tafels wel eens uit zijn hoofd moeten kennen!  
Conclusie: Werkt er dus niet aan.
Dat handschrift is niet te lezen!
Spellingsfouten die toch echt niet meer kunnen.

Kortom: teleurstelling bij ouders, leerkrachten. Onzekerheid en afname van zelfvertrouwen bij de leerling.

Gewoon, simpelweg iets uit je hoofd leren, erin stampen is voor een beelddenker moeilijk. Dat kan problemen opleveren met bijvoorbeeld rekenen (o.a. tempo) en spelling. Ook het handschrift van een beelddenker is vaak moeilijk leesbaar.

De leerkracht kan er niet goed de vinger opleggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit... waar zit het probleem?

In het begin van de basisschool, zijn er belemmeringen, emotioneel en cognitief, die medebepalend zijn voor het succesvol kunnen beginnen met de verschillende vakken en taken.
Omdat de beelddenker het leren, op zijn eigen manier dot en tijd nodig heeft om kijkend en aanschouwend te leren, zullen ze, als de school daar om vraagt, voldoen aan de algemene en specifieke leervoorwaarden.

Op grond van een soort ‘taakrijpheidsonderzoek’ kan duidelijk worden, wat het kind wel kan (niveaubepaling), hoe het leert (proceskant) en welk handelingsplan nodig is om de ‘zone van de naaste ontwikkeling’ (Vygotski) te bevorderen.  
Kijk ook bij het Individueel Onderwijskundig Onderzoek.

 

Kenmerken van een beelddenker:

  • Het loopt niet lekker op school, niemand verwacht dat, want het kind is slim;
  • Uw kind komt met hele bijzondere, originele oplossingen voor een probleem;
  • Creatief, verrassend, snel en flexibel zijn in denken, vindingrijk en gevoel voor humor;
  • Uw kind kijkt omhoog (naar rechts of naar links) als het moet nadenken;
  • Uw kind heeft moeite met het omschrijven van zaken en gebruikt dan woorden als 'dinges', 'ergens', 'je weet wel';
  • De kreet 'het is zo vol in mijn hoofd' wordt vaak gehoord;
  • Niet kunnen onthouden wat rechts en links is (auto leren rijden wordt al moeilijk);
  • Hij heeft moeite met tijdsbegrip (klokkijken, plannen, zich aan afspraken houden);
  • Moeite met technisch lezen (letterlijk lezen), maar begrijpt de inhoud wel (begrijpend lezen);
  • De leerkrachten krijgen soms het gevoel dat uw kind onoplettend en ongeïnteresseerd is;
  • Hij heeft een levendige fantasie en lijkt soms in een andere wereld te zijn (dagdromen);
  • Als er wordt gevraagd hoe hij of zij iets weet, is het antwoord vaak: dat weet ik gewoon, dat zie ik zo .... , maar hij kan niet uitleggen hoe hij op het antwoord is gekomen. Ook het antwoord: “ik weet het niet”, wordt snel gegeven, want hoe moet ik omschrijven wat ik denk (zie).
  • Maakt gebruik van zelfbedachte strategieën;
  • Is emotioneel kwetsbaar, gevoelig voor sfeer en trekt zich aan wat voor anderen bedoeld is.

Een beelddenker moet iets eerst begrijpen voor hij kan automatiseren (iets je zodanig eigen maken dat je het zonder nadenken, direct kan doen). Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan één gekozen manier van doen vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. uit het hoofd) en omslachtig. Die oplossing kan werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag. Voor goed automatiseren moeten meer strategieën beschikbaar zijn.

Communicatie: Deze kinderen hebben een spontane onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden op en door die beelden dwaalt hun aandacht weg en vergeten ze op te letten.
DIT IS GEEN ONWIL!! Hoe langer het verhaal, hoe minder kans dat ze er met hun aandacht bij blijven.
Door de extra moeite die ze moeten doen, om de op hen afkomende informatie te verwerken, zijn ze vaak vermoeid. Ze leven -vanuit de beelddenker gezien- in een wereld die anders is dan de hunne. Dat kost extra energie.

Als een beelddenker een taal- of rekenprobleem heeft moet een 6 voor zo’n vak, als een 8 beloond worden.

Vraag bij een opdracht: "Wat ga je doen?". Waarschijnlijk is de beelddenker tijdens de uitleg met zijn gedachten afgedwaald en raakt hij in paniek van de opdracht, want hij weet niet wat hij moet doen. Door deze vraag -en het hem/haar te vertellen- is hij direct weer bij de les en kan hij aan het werk.

Zij moeten in het leren zoveel vindingrijkheid en zelfstandigheid ontwikkelen, dat ten slotte hun bekwaamheid groter is dan van degenen die een gebaande weg bewandelden.

De beelddenker is niet 'dom' of 'lui', maar doet een groter beroep op het vakmanschap van de docent.

Als ze jong zijn kunnen ze motorisch onhandig zijn. Dit trekt weg in de volwassenheid. Motorisch onhandig kan zich ook uiten als traag en/of onduidelijk schrijven.

Tips voor de aanpak van instructie:

  • Via concreet handelend bezig zijn;
  • Maak gebruik van creativiteit en verbeelding;
  • Veel doen en niet teveel praten,
  • laten beleven en zelf ontdekkend handelen;
  • voor de instructie oogcontact zoeken;
  • geef korte instructie;
  • ondersteun de uitleg met tekeningen of schema's;
  • vertel wat het nut of het belang is van de taak;
  • inzicht en doorzicht gaan vooraf aan automatisering;
  • aandacht voor overeenkomsten;
  • verwerking met behulp van visuele, tactiele en motorische oefeningen;
  • vaak en kort oefenen;
  • afkijken (meekijken) mag.

 

U kunt een workshop volgen of een praktisch studiemiddag door Ster(k)talent laten verzorgen of zelf leren, om kinderen met behulp van een Mindmap (Beeld en Breinkaart), leerstof aan te leren. Vaak heeft de leerkracht de volgende dag al een andere aanpak, waardoor deze kinderen beter in beeld komen. Er wordt anders naar de kinderen gekeken en kinderen reageren hierop door ander gedrag te vertonen. Adaptief onderwijs of onderwijs op maat, is het antwoord voor deze kinderen.   Zo worden hun aanleg en vaardigheden erkent.

Trainingen, individuele begeleiding en lezingen

Bij de individuele begeleiding wordt naar het kind en zijn inherente mogelijkheden en vaardigheden gekeken.
Wat Nel Ojemann propageert, wordt weer algemeen aanvaardbaar: kijk naar het kind, wat vraagt het kind, hoe leert het kind?
Dit betekent dat de (leer)methode op het kind wordt aangepast en niet andersom. Het kind staat in de begeleiding centraal en niet de methode of de eigen overtuiging. De denkwijze en de leerprincipes van het kind worden gebruikt, pas dan kun je effectief handelen en de leerstof zo aanbieden dat het voor het kind verteerbaar is.

 

 

 

 

 

 

Er zijn voor organisaties, scholen en individuen, speciale trainingen en workshops ontwikkeld.

  • Kinderen vanaf 9 jaar
  • Leerlingen vanaf 12 jaar
  • Ouders/Volwassenen
  • Leerkrachten
  • Bedrijven

Door Ster(k)talent worden lezingen gehouden over Beelddenken.
Wilt u meer informatie of een afspraak maken voor een gesprek:
Bel 06-51958033; mail info@sterktalent.nl of neem contact op via het contactformulier.

Stichting Beelddenken Nederland

Sietske Zwerver is bestuurslid van de Stichting Beelddenken Nederland en heeft onderwijs in haar portefeuille. Er wordt gezocht naar verklaringen via wetenschappelijk onderzoek, maar vooral naar oplossingen, om beelddenkers met zo weinig mogelijk problemen door de schoolperiode te begeleiden.