Thuis

Beweging
Taalontwikkeling
Emotionele ontwikkeling
Kenmerken basisschoolleeftijd
Kenmerken Voortgezet onderwijs
Trainingen, individuele begeleiding en lezingen
Stichting Beelddenken Nederland

In de eerste levensjaren, zullen er weinig dingen opvallen. Alle kinderen gebruiken hun zintuigen en bewegingsmogelijkheden om de wereld te verkennen.
Ieder mens treedt de wereld tegemoet op zijn eigen wijze en zich een eigen beeld vormen..

Beweging

Bij het leren lopen hebben ze de neiging om naar hun benen te kijken. Het lijkt alsof ze zich een visueel beeld moeten vormen van dat wat er met hun benen gebeurt en het dan pas gaan verinnerlijken.

Beelddenkers hebben waarschijnlijk extra informatie nodig om geautomatiseerd te leren bewegen.  In gedachten spelen ze het beeld af, dat ze zelf aan het lopen zijn, ook al lopen ze niet daadwerkelijk.
Omdat ze veel naar hun benen kijken terwijl ze lopen, zien ze niet alles om zich heen en zullen ze sneller tegen iets aan botsen.
Soms is er sprake van een iets langzamere motorische ontwikkeling.  Dit kan gevolgen hebben voor de lichaamscoördinatie.  Hiermee wordt bedoeld het op elkaar afstemmen van de bewegingen van de verschillende motorisch lichaamsfuncties. Hierbij kunt u denken aan de begrippen: voor-achter, links-rechts, boven-onder, enz…

 

 

 

 

 

De taalontwikkeling

De beelddenker is meer geneigd dan andere kinderen om geluiden en woorden zuiver en natuurgetrouw te imiteren. Etiketteren van passend geluid (woef voor hond) leidt gemakkelijker tot het bijbehorend beeld van een object dan een woord. Er moet een direct verband bestaan tussen wat hij ziet en tegelijkertijd hoort.

‘Bij het geboren beelddenkertje komt het ordeningsprincipe volgorde, het begrip seriatie, veel later en moeizamer tot stand. Ze zijn niet geneigd gericht te luisteren en dit aspect blijft achter bij het ontdekkend zien. Ze zeggen maar wat erop lijkt en zijn daar snel tevreden mee.’
De wat latere mondmotorische ontwikkeling speelt ook mogelijk een rol. Het kost moeite op de juiste wijze te articuleren en leidt tot vreemde mondbewegingen. Ojemann noemt dit ‘een slordig mondje.’ (Ojemann)

De jonge beelddenker kijkt naar de mond van anderen, oefent en kan zomaar ineens hele zinnen spreken.

De taal is voor hen meer een beeldtaal met daaraan gekoppeld, de eerder opgedane ervaringen.
Het is een levendige taal en als je een woord vraagt, zien ze het plaatje wel voor zich, weten ze ook wel hoe ze het zouden willen noemen, maar het woord dat erbij hoort, kunnen ze niet direct oproepen.

Emotionele ontwikkeling

Een beelddenker is erg betrokken bij het spelen. Hij gaat er helemaal in op. Met veel fantasie en vindingrijkheid ontdekken zij de wereld, maar ook maken zij wat ze in hun hoofd hebben.
Ze kunnen ook eindeloos bezig zijn met ‘waardeloos’ materiaal of constructiemateriaal. Denk bijvoorbeeld aan lego of knexx.

Of het kind dat bovenop de salontafel zit. Het is een boot midden op de grote oceaan. Er is een storm opgestoken, de zeilen (oude kleden) zijn van de mast gewaaid en hij heeft de zeilen om zich heen gedaan. Hij moet zich goed vasthouden om niet met zijn boot om te slaan.
Ineens komt moeder, ze wil de koffiekopjes op de tafel zetten en zegt tegen het kind dat hij van de tafel af moet gaan.
Op dat moment wordt het kind uit zijn spel gehaald voor iets, dat voor het kind zo onbelangrijk is. Hij moet plotseling iets anders, dan waar hij mee bezig was en wordt, voor zijn gevoel, uit zijn wereld gehaald en verzet zich daar tegen.
Dit levert frustratie op, die geuit kunnen worden in, heftig verzet, driftbuien en paniekreacties.
De storende reactie van de buitenstaander, brengt de beelddenker uit balans. Hij was de kapitein van het schip! Hij zat in zijn eigen ‘binnen’wereld.

Veel beelddenkende kinderen, moeten extra moeite doen om te leren. Het gaat niet altijd vanzelf. Doorzetten is overleven, maar dit kan leiden tot vasthoudendheid.
Ze hebben het gevoel, veel van zichzelf in te moeten leveren, dat ze zich altijd tekort gedaan voelen. Dat kan als gevolg hebben, dat ze moeilijk tot compromissen bereid zijn. Dit kan weer gevolgen hebben voor hun sociale vorming.
Ze hebben de neiging om naar binnen te keren en zich niet aan de regels te houden. Het kind heeft zijn eigen structuur en logica, maar deze kan niet allesbepalend zijn. Ze zijn emotioneel kwetsbaar.
Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen binnen en buiten (zichzelf kunnen blijven in een andersvragende samenleving).
De balans tussen wat een kind wil en kan en wat nu eenmaal moet, vormt de persoonlijkheid. Het is een kwestie van geven en nemen.

Kenmerken basisschoolleeftijd

  • Leren vooral door te kijken
  • Kijkend naar bewegingen maken ze zich een beeld van de bewegingen en vergeten de omgeving (ergens tegenaan lopen)
  • Een verlate spraakontwikkeling
  • Niet gericht op luisteren, maar op kijken
  • Kans op frustratie, verzet, driftig worden en paniekreactie als de omgeving geen rekening houdt met de intensiviteit van het spel
  • Kans op een negatief gevoel bij onbegrip
  • Is gevoelig voor sfeer en trekt zich aan wat voor anderen is bedoeld.

Aan het einde van de basisschool, hebben veel beelddenkers – eventueel met extra hulp – hun plekje wel gevonden.
Dan moet de overstap worden gemaakt naar het voortgezet onderwijs.
De vrijheid die ze krijgen, kunnen ze meestal niet aan. De ‘buitenwereld’ stelt hogere eisen dan die waaraan het kind kan voldoen. Zelfcontrole en zelfkritiek hebben ze te weinig. Ze voelen zich snel tekort gedaan en hebben een eigenzinnige norm voor wat goed is.
Ze hebben moeite om zich aan te passen.

Structuur en discipline van buitenaf is nodig, maar ook weer frustrerend voor de puber.
Het gevoel van onrecht, miskend worden en zich onbegrepen voelen, wordt in deze periode veel sterker.

Ze zullen zelf – of via speciale hulp – structuur en systematiek moeten aanbrengen in het leerproces op een manier die bij het kind past (eigen weg) en begrip moeten kweken bij de leerkrachten.
Het maken van schema’s is goed voor het ordenen van de zaken en om de veelheid van informatie te kunnen verwerken. Dit werkt goed voor het leren, als ook voor het maken van huiswerk.

 

 

 

Kenmerken Voortgezet Onderwijs

  • Kinderlijk gedrag; clownesk, speels, fantasieverhalen;
  • Concentratiemoeilijkheden door de overheersende ‘binnen’wereldbeelden;
  • Faalangstig, door onzekerheid of hij wel begrijpt wat er wordt bedoeld en wordt verwacht;
  • Slecht handschrift;
  • Tegenzin in het maken van opstellen, schrijven van verslagen;
  • Goed presteren op sommige gebieden, hoewel niet  verwacht;
  • Veel en vaak een specifiek soort fouten in taalwerk (dyslexie-achtig);
  • Moeilijk te helpen via de geëigende kanalen.

Trainingen, individuele begeleiding en lezingen

Bij de individuele begeleiding wordt naar het kind en zijn inherente mogelijkheden en vaardigheden gekeken.
Dit betekent dat de methode op het kind wordt aangepast en niet andersom. Het kind staat in de begeleiding centraal en niet de methode of de eigen overtuiging. De denkwijze en de leerprincipes van het kind worden gebruikt, pas dan kun je effectief handelen.

Er zijn voor kinderen en ouders/verzorgers speciale trainingen  en lezingen ontwikkeld.

  • Kinderen vanaf 9 jaar
  • Jongeren vanaf 12 jaar
  • Ouders/Volwassenen

Wilt u meer informatie of een afspraak maken voor een gesprek:
Bel 06-51958033; mail info@sterktalent.nl of neem contact op via het contactformulier.

Stichting Beelddenken Nederland

Sietske Zwerver is bestuurslid van de Stichting Beelddenken Nederland en heeft onderwijs in haar portefeuille. Er wordt gezocht naar verklaringen via wetenschappelijk onderzoek, maar vooral naar oplossingen, om beelddenkers met zo weinig mogelijk problemen door de schoolperiode te begeleiden.